|
Geschiedenis; de vroegste overleveringen |
|
|
De vroegste overleveringen 3000 voor Christus De eerste tekenen van het bestaan van het boksen dateren van rond het jaar 3000 voor Christus. In Nieuw-Guinea zijn afbeeldingen gevonden die hierop wijzen. Volgens de overlevering geloofde men in die tijd in buitenaardse krachten, die de dood van de mensen veroorzaakten. Men wees desalniettemin een schuldige aan (er werd altijd wel een geschikt persoon gevonden) en de desbetreffende persoon werd naast het graf van de gestorvene afgeslacht. Met name personen die verdacht werden van tovenarij, werden zo nogal eens het kind van de rekening. In het geval dat meer dan één verdachte werd gevonden, moest een tweekamp uitmaken wie uiteindelijk de dader was. Uit deze bloedige strijd op leven en dood, ontstond een tweekamp die een ritueel onderdeel werd van de zogenaamde lijkenfeesten ter ere van overledenen van enige importantie.
Egyptische afbeeldingen 2800 – 1400 voor Christus In de dodenkamers van de piramiden in Egypte werden ook tekenen gevonden die erop wijzen dat het boksen in de late Egyptische tijd werd beoefend. Afbeeldingen van rond 2800 jaar voor Christus toonden de Egyptenaren als actieve beoefenaars van sport in zijn totaliteit. De eerste Egyptische afbeeldingen die duiden op de beoefening van de bokssport dateren van 1400 jaar voor Christus.
| |
Kreta 1200 voor Christus In het prachtige paleis van koning Minos, de Knossos op Kreta, zijn schitterende schilderingen gevonden waaruit bleek dat daar het boksen werd beoefend. De verschijningsvorm had veel weg van het “Thaise Boksen” want naast het gebruik van de vuisten, waren tevens traptechnieken afgebeeld. De afbeeldingen dateren van rond 1200 jaar voor Christus.
| Grieken 1000 voor Christus Omstreeks 1000 jaar voor Christus werd het vuistvechten beoefend door de Grieken. De vakterm “pugilisten” is afgeleid van het Griekse woord voor vuistvechter ofwel pugilist. De Grieken gebruikten bij het beoefenen van het boksen handschoenen. Bij een gevecht werden de vuisten en de onderarmen met riemen van ossenhuid omwikkeld, waarbij de vingers vrij werden gelaten. Deze riemen waren voorzien van loden punten. Het is begrijpelijk dat men elkaar hiermee danig verwondde. Toch werd een overwinnaar die zelf niet of nauwelijks getroffen werd, bijzonder bewonderd. Tijdens het oefenen maakten de pugilisten gebruik van zacht lederen windsels.
|  | 688 - 648 voor Christus In het jaar 688 voor Christus werd op de 23e Olympiade voor het eerst werkelijk gebokst. Ook nu weer met riemen zoals hierboven omschreven. Reeds toen droeg het boksen het karakter van een verdedigingssport: zelf geen letsel oplopen, doch de tegenstander afmatten en buiten gevecht stellen. In het jaar 648 voor Christus werd het boksen en worstelen samengevoegd als een tweekamp, bekend onder de naam Pancration, als Olympische sport opgenomen. Een nadeel hiervan is wellicht dat dit het karakter van vlugheid en behendigheid aan het boksen ontnomen heeft. Het kan als een voordeel worden aangemerkt dat hierdoor de puntige riemen verdwenen.
|  | Het Romeinse tijdperk 264 – 216 voor ChristusHet boksen en worstelen oefenden ongetwijfeld grote aantrekkingskracht uit op de Romeinse bevolking; een volk dat hoofdzakelijk bestond uit boeren en krijgslieden. Door invloeden van buitenaf ontstond de steeds ruwere vorm van het boksen. De “ceastus” (het lederen windsel met loden of ijzeren punten) deed wederom zijn intrede. De wedstrijden vonden in de middaghitte plaats en de stoten werden in een hoog tempo geplaatst. Tevens schijnt men gebruikt gemaakt te hebben van de verdedigingstechnieken, zoals duiken, slippen of vergelijkbare verdedigingsvormen. De smaak van het krijgshaftig volk ging vooral uit naar de ruwe vuistkamp en de vuist worstelkamp. Al met al groeide het uit tot een nationale sport. In een later stadium werd het boksen meer verheven tot een arenakunst voor gladiatoren. Ook onder de Romeinen was er sprake van dat het boksen een ritueel onderdeel vormde op de zogenaamde lijkenfeesten. De gladiatorenwedstrijden speelden hierbij een belangrijke rol. Zo bevochten gladiatoren elkaar bij het lijkenfeest ter ere van Julius Brutus Peras in het jaar 264 voor Christus. In het jaar 216 voor Christus stonden 44 gladiatoren tegenover elkaar tijdens het lijkenfeest ter ere van de omgekomen zoons van de consul Marcus Aurelius.
|  | Het Germaanse tijdperk 100 - 900 Tijdens het Germaanse tijdperk werd het boksen in Europa niet of nauwelijks beoefend, terwijl gedurende deze tijdsspanne vooral in de landen zoals China, Thailand en Korea een opleving van met boksen verwante sporten waar te nemen was. Naast het stoten was het schoppen wederom toegestaan.
| Middeleeuwen 900-1700 Zoals bekend mag worden verondersteld, stond het gehele leven gedurende de middeleeuwen in het teken van de godsdienst. Er bestond weinig belangstelling voor sport en de oefeningen, die het volk deden bestonden vooral uit de ridderspelen. Dit is een van de oorzaken dat de bokssport naar de achtergrond verdween, hoewel in Bretagne (Frankrijk) de worstelkamp zich door de eeuwen heen staande wist te houden en de boerenbevolking in Engeland uit puur lijfsbehoud de kunst in het boksen bijhield. |
|